Droge zomers en plotselinge stortbuien wisselen elkaar steeds vaker af. In de ene maand staat je gazon geel te verdorren, in de volgende loopt het terras onder omdat het riool het water niet aankan. Wie regenwater opvangt en slim laat wegzakken, pakt beide problemen tegelijk aan: je hebt een voorraad voor droge periodes en je tuin vangt een flinke bui beter op.
Daarbij bespaar je ook nog eens drinkwater. Planten hebben geen gezuiverd kraanwater nodig en de meeste soorten groeien zelfs beter met zacht, kalkarm regenwater. Met de vijf tips hieronder kun je er stap voor stap mee aan de slag, of je nu een kleine stadstuin hebt of een ruime achtertuin.
Tip 1: begin met een regenton
De eenvoudigste manier om regenwater op te vangen is een regenton aan je regenpijp. Met een zogeheten regenpijpvulautomaat leid je het water naar de ton. Is die vol, dan stroomt het overtollige water gewoon weer de regenpijp in. Zo voorkom je dat de ton overloopt en je muur of fundering nat wordt.
Zet de ton op een stevige, vlakke ondergrond en het liefst iets verhoogd, bijvoorbeeld op een paar tegels of een speciale voet. Dan past een gieter makkelijk onder het kraantje. Kies een ton met een deksel: dat houdt bladeren buiten, voorkomt muggenlarven en is veiliger als er kinderen in de buurt spelen.
Tip 2: vergroot je opslagcapaciteit
Een gemiddelde regenton bevat zo’n 200 liter. Dat klinkt veel, maar in een droge week is hij vaak snel leeg. Je kunt meerdere tonnen met een koppelstuk aan elkaar verbinden, zodat ze tegelijk vollopen. Heb je weinig ruimte, dan zijn smalle wandtanks een goede oplossing die tegen een gevel of schutting past.
Voor grotere tuinen is een ondergrondse tank het overwegen waard. Die neemt geen ruimte in en houdt het water koel en donker, waardoor er minder algen groeien. Met een kleine pomp kun je het water vervolgens gebruiken voor de tuin, en in sommige gevallen zelfs voor het toilet of de wasmachine.
Tip 3: laat water wegzakken met een wadi
Een wadi is een verlaagd stuk tuin waar regenwater zich tijdelijk verzamelt en langzaam de bodem in zakt. Het water vult zo het grondwater aan in plaats van in het riool te verdwijnen. Een wadi kan heel natuurlijk ogen, bijvoorbeeld als een flauwe kom beplant met gras, vaste planten of oevergewassen die tegen afwisselend nat en droog kunnen.
Voor een goede werking moet de grond voldoende water doorlaten. Op zware klei helpt het om de bodem te verbeteren met zand of grind. Zorg er ook voor dat de wadi op ruime afstand van je huis ligt. Twijfel je over de juiste plek, diepte of beplanting, dan vind je op tuinierenforum meer informatie en kun je terecht met concrete vragen over je eigen tuin.
Tip 4: koppel je regenpijp slim af
Veel gemeenten moedigen het afkoppelen van regenpijpen aan. Daarbij gaat het regenwater van je dak niet meer naar het riool, maar naar je tuin. Dat ontlast de riolering bij hevige buien en voorkomt wateroverlast in de straat. Informeer wel eerst bij je gemeente wat de regels zijn; soms is er zelfs een subsidie voor.
Er zijn verschillende manieren om het water na afkoppeling te verwerken:
- Een open goot die het water naar een border of wadi leidt
- Een infiltratiekrat onder de grond die water tijdelijk opslaat
- Een grindkoffer naast het huis voor kleine dakoppervlakken
- Een overloop van je regenton naar een lager gelegen plantvak
Tip 5: gebruik het water verstandig en houd je tuin groen
Opgevangen water is pas echt nuttig als je het slim inzet. Geef je planten ‘s ochtends vroeg of ‘s avonds water, zodat er minder verdampt. Giet liever een paar keer per week flink dan elke dag een beetje: dan groeien de wortels dieper en worden planten sterker tegen droogte. Een laag mulch of houtsnippers rond je planten houdt het vocht bovendien langer vast.
Ook de inrichting van je tuin speelt mee. Elke tegel die plaatsmaakt voor gras, planten of halfopen bestrating zorgt ervoor dat regen beter de grond in kan. Combineer je dat met een regenton en een plek waar water kan wegzakken, dan heb je een tuin die zowel natte als droge periodes beter doorstaat.
Je hoeft niet alles in één keer aan te pakken. Begin met een enkele ton bij je schuur of achterdeur en kijk na een seizoen wat je nog mist. Zo bouw je stap voor stap aan een tuin die minder kraanwater nodig heeft en tegelijk beter omgaat met de grillen van het weer.
