Hoe strokarton Pekela ooit op de kaart zette

Wie vandaag langs het Pekelder Hoofddiep fietst, ziet een rustig lint van huizen, bomen en water. Toch was dit gebied ooit een van de drukste industriële hoeken van Groningen. Rond de vorige eeuwwisseling draaide het leven in Oude en Nieuwe Pekela grotendeels om één product: strokarton. Fabrieken, schoorstenen en schepen vol stro bepaalden het beeld, en bijna elk gezin had er op de een of andere manier mee te maken.

In dit artikel lees je hoe die industrie ontstond, wat ze betekende voor de mensen die er werkten en woonden, en waar je de sporen ervan nog altijd kunt herkennen.

Van veen en stro naar karton

Pekela is een typische veenkolonie. Na het afgraven van het veen bleef vruchtbare grond over waarop boeren graan verbouwden. Daarbij bleef veel stro over, en dat bleek een uitstekende grondstof voor karton. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden in Oost-Groningen de eerste strokartonfabrieken, en Pekela werd al snel een van de belangrijkste centra.

Het recept was eenvoudig maar arbeidsintensief. Stro werd met kalk gekookt, tot een pulp vermalen en vervolgens tot vellen geperst en gedroogd. Het resultaat was stevig, geelachtig karton dat werd gebruikt voor dozen, verpakkingen en boekbanden, en dat ook naar het buitenland werd verscheept.

Werk voor een hele gemeenschap

De fabrieken boden werk aan honderden mensen. Mannen stonden bij de kookketels en persen, jongens en vrouwen hielpen bij het sorteren en drogen. Daarnaast verdienden schippers, boeren en handelaren hun brood aan het aanvoeren van stro en het afvoeren van karton. De vaarten waren de slagaders van die economie.

Het werk was zwaar, de dagen lang en de lonen laag. In de fabriekshallen was het heet, vochtig en lawaaiig. Dat zorgde voor spanningen: arbeiders organiseerden zich en in de regio kwam het meerdere keren tot stakingen. De strokartonindustrie heeft zo ook bijgedragen aan de sterke arbeidersbeweging waar Oost-Groningen bekend om werd.

Een dagelijks leven vol geur en rook

Wie in Pekela woonde, merkte de industrie niet alleen in de portemonnee. Het afvalwater van de fabrieken werd in de vaarten geloosd, waardoor het water bruin kleurde en een doordringende geur verspreidde. Vooral in warme zomers was die stank berucht. Voor veel inwoners hoorde het simpelweg bij het leven: het rook naar werk.

Tegelijk gaf de industrie het dorp een eigen ritme. De fabrieksfluit bepaalde wanneer mensen opstonden en naar huis gingen, en rond de fabrieken ontstonden winkels, cafés en verenigingen. Veel families werkten generaties lang in hetzelfde bedrijf.

Het einde van een tijdperk

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de markt snel. Karton van houtpulp en later golfkarton was goedkoper en beter te bewerken. Bovendien werden de milieuregels strenger, waardoor het lozen van afvalwater steeds lastiger werd. De ene na de andere fabriek sloot haar deuren, en daarmee verdween ook veel werkgelegenheid uit de regio.

Voor Pekela was dat een harde klap. Mensen moesten elders werk zoeken en het dorp moest opnieuw uitvinden waarvan het wilde leven. Wil je weten hoe de gemeente zich sindsdien heeft ontwikkeld en wat er nu speelt, dan vind je actuele verhalen en lokaal nieuws op nieuwsuitpekela.nl.

Wat je vandaag nog terugziet

Hoewel de fabrieken zijn verdwenen, is hun invloed in het landschap nog goed te lezen. Wie met een geoefend oog door Pekela loopt of fietst, herkent de sporen van het strokartonverleden op verschillende plekken.

  • Het lange lint van bebouwing langs het Hoofddiep, ontstaan rond vaarten en bedrijvigheid
  • Rijen eenvoudige arbeiderswoningen die ooit dicht bij de fabrieken stonden
  • Voormalige fabrieksterreinen die nu een nieuwe bestemming hebben gekregen
  • Brede vaarten en kades die herinneren aan het drukke scheepvaartverkeer
  • Verhalen, foto’s en voorwerpen die lokale historici en musea bewaren

Een verleden dat blijft meetellen

Het strokarton heeft Pekela gemaakt tot wat het is: een gemeenschap van harde werkers, met een sterk gevoel voor saamhorigheid en een nuchtere kijk op tegenslag. Wie oudere inwoners spreekt, hoort vaak nog anekdotes over de fabrieksfluit, de geur van het water of een vader die zijn hele leven bij de persen stond.

Als je de volgende keer langs het water in Pekela loopt, kijk dan eens met andere ogen naar de huizen en kades. Achter dat rustige beeld schuilt een verhaal van stro, stoom en vakmanschap dat het dorp ooit landelijk bekend maakte.